Frankrijk voor beginners
We zijn al flink op weg in augustus, maar jullie hebben nog een laatste tekst van mij te goed. Met de vakantie nog vers in het achterhoofd, wil ik mijn joblog graag eindigen met een stukje over de autosnelwegen in Frankrijk.Stel. Je beslist je vakantie door te brengen in Spanje of een ander land waarvoor je Frankrijk moet doorkruisen. Dan doe je er best aan die autorit niet als ‘vakantie’ te zien. Ik begrijp het, het is verleidelijk: je komt aan de Franse grens en meteen overvalt je het ‘buitenlandgevoel’. Ook al moet je nog 1000 km rijden, je kan de Côte d’Azur al ruiken. Maar vergis je niet, wat je ruikt zijn de uitlaatgassen van de miljoenen wagens die voor je rijden.
Eens over de grens valt meteen op dat de snelheid te pas en te onpas wijzigt van 130 naar 110 km/u. Steeds gevolgd door flitsinstallaties. Maar daar mag je je eigenlijk niet aan laten vangen. Al die flitsbakken worden netjes aangekondigd door reuzengrote plakkaten, en rond de flitsbak zelf plakt een reflecterend lint. Je moet al een ezel zijn om bij het zien van dit alles niet trager te gaan rijden.
Eens voorbij Parijs -het eerste echte struikelblok na Rijsel-, neemt de druk een beetje af. Vanaf dan is het bergaf naar één of andere Costa. Tijd voor een plaspauze. Gelukkig is de tijd van de Franse toiletten al even achter de rug. Voor wie nu de wenkbrauwen fronst, verzoek ik langs te gaan bij ouders of grootouders. Zij kunnen ongetwijfeld enkele wansmakelijke verhalen vertellen over de Franse toiletten.
Maar in het land Carla en Nicolas zijn ze nog niet helemaal mee met de westerse wereld. Zo zijn wc-brillen er een onbekend gegeven. Ofwel worden ze gepikt door ‘locals’ die zich dit stukje luxe niet kunnen veroorloven. Ofwel doen ze het om de toeristen te pesten. Maar je zal maar dringend ‘moeten’ en merken dat je moet zweven boven de pot omdat er geen wc-bril op ligt. Balen!
Nog zoiets typisch. Fransen zal je zelden met een ‘dikke Duitser’ zien rijden, zoals een BMW of Mercedes. Misschien komt dat omdat knipperlichten een dure optie zijn en knipperen nu net één van hun favoriete hobby’s is. Waag je je bijvoorbeeld op het linkerrijvak om -godbetert- een Nederlander met zijn ‘sleurhut’ in te halen, dan duiken ze plots op in je achteruitkijkspiegel met knipperende richtingaanwijzers die schreeuwen:‘Uit de weg!’. Een beetje goede Belg blijft dan natuurlijk nog een beetje langer hangen. ;-)
Maar het is niet al kommer en kwel. Je moet misschien wel vaak aanschuiven aan de péages, je krijgt er een echte snelweg voor in de plaats. Anders is het als je van pakweg Kortrijk naar Leuven rijdt. De tijd dat je dat traject ‘werkzaamhedenvrij’ kon rijden, is van toen de dieren nog konden spreken. Maar bol je 1000 kilometer door La douce France, dan kom je nauwelijks wegenwerken tegen. Vreemd hoe de Fransen daarin slagen. Misschien werken ze sneller om vlug thuis te zijn, waar wél een bril op het toilet ligt?

Heerlijk, die laatste momenten werken voor je op vakantie vertrekt. Je sluit even je ogen en ziet jezelf al zitten in een strandstoel aan de Middellandse zee: een sangria in de ene hand, een spannend boek in de andere. Maar voor het zover is, wacht je een meer dan 1000 kilometer lange autorit. En dan vergeet ik nog het laden van de auto…
Voor heel wat mensen die werken, is de ochtend een stresserend moment. Vaak is alles precies afgemeten, tot op de minuut. De kunst daarbij is zolang mogelijk in bed te blijven, maar toch op tijd te kunnen vertrekken. Daartussen moet er gewassen en gegeten worden, moeten de boterhammen voor de lunch gemaakt worden, moeten de kinderen uit bed gesleurd worden en moet de hond of kat te eten krijgen…
Alle begin is moeilijk. Een huizenhoog cliché dat zijn statuut wel verdient.
Spannend! Zo kon je deze maandag wel noemen, want ik startte met een IBO -Individuele Beroepsopleiding- in een softwarebedrijf als programmeur-developer. De grote vraag was -en is nog steeds: heb ik tijdens mijn VDAB-opleiding genoeg kennis opgedaan om snel te kunnen meedraaien in deze werkomgeving? De maanden in het opleidingscentrum zullen nu hun vruchten moeten afwerpen. Ik hoop dat mijn basiskennis stevig genoeg zal zijn.
Een vloek ontsnapte mijn consulente in het VDAB-opleidingscentrum toen ze zichtbaar aangedaan -lees: gespeeld- ‘pas’ als derde te horen kreeg dat ik binnenkort aan de slag kan. Ja, je leest het goed. Met trots mag ik aan de moderator vragen om de inleiding van deze blog te wijzigen van ‘Werkzoekende Tom’ naar ‘IBO’er Tom’. Binnenkort begin ik namelijk te werken in een softwarebedrijf met een contract Individuele beroepsopleiding. Driewerf hoera!
Bijna zijn we van het vervelende gezoem van de vuvuzela’s af. Nu het oranje legioen zijn felbegeerde finaleplaats haalde, wacht ons nog enkel de strijd tussen Duitsland en Spanje en de finale. Ik hoop dat de Spanjaarden het halen! Over een paar weken ga ik er op vakantie, en zoals steeds zal het Iberisch schiereiland overspoeld worden door horden van onze noorder- en oosterburen. Dat op zich is al niet aangenaam. Maar als Nederland of Duitsland ook nog eens wereldkampioen ‘balletjeschoppen’ wordt, is het helemaal om zeep. Viva España dus!
Bloggen op de VDAB-site, het lijkt me een leuk idee. Want laat ons eerlijk zijn. Een goed georganiseerde databank doet wat hij moet doen: volk lokken. Wie bezoekt deze site? Onder andere mensen die werk zoeken. Of ze nu zonder zitten of op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging speelt geen rol. Laat ik hen voor het gemak 'de zoekers' noemen.





