Snik snik
Zo, dit is mijn laatste verslag voor deze joblog. Ik hoop dat ik er deze maand in geslaagd ben om een beeld te schetsen van hoe het is om als ambtenaar te werken bij de overheid.
Zelf ben ik een tevreden werknemer, want via mijn job doe ik iets positiefs voor mensen. En dat geeft me een goed gevoel. Een commerciële job zou niets voor mij zijn. Ik wil het gevoel hebben dat ik mensen echt help.
Ik heb een tijdje moeten zoeken naar een job die bij me past en ben erg dankbaar dat ik die bij de overheid gevonden heb. Hier zit ik op mijn plaats. Uiteraard kijk ik zoals iedereen op vrijdag uit naar het weekend. Maar in het weekend kijk ik evengoed uit naar de nieuwe werkweek. En dat is voor mij goud waard. Ik wens iedereen dan ook het geluk toe om de job te vinden die bij hem of haar past!

Als je een kind vraagt wat het later worden wil, zegt het meestal: juffrouw, brandweerman of piloot. Bij mij was het geen van die drie. Ik wou schrijfster worden. Ik maakte tijdschriften door bundels papier in het midden aan elkaar te nieten en er teksten en foto’s -uit echte tijdschriften :-)- in te plakken. Later, als tiener, schreef ik honderden gedichten bij elkaar en hield ik een dagboek bij. Daarnaast begon ik verschillende keren aan het schrijven van een boek. Maar verder dan enkele hoofdstukken ben ik nooit geraakt. Gebrek aan inspiratie en een duidelijke verhaallijn.
Beroepsmisvorming. Ik vind het altijd raar wanneer ik mezelf erop betrap. De laatste tijd gebeurt het vaak, want in mijn vriendenkring heerst een echte babyboom. Als een vriendin me bijvoorbeeld vertelt dat ze in verwachting is, begin ik te rekenen: 1.129,95 euro kraamgeld en 83,40 euro per maand voor een eerste kindje. Dat is het basisbedrag voor kinderen onder de zes. Een vreemde reflex wanneer iemand je zulk heugelijk nieuws vertelt, niet? :-)
Hoewel ik de gezinnen waarvan ik de dossiers voor de kinderbijslag behandel niet persoonlijk ken, leef ik in sommige gevallen wel erg mee. Wanneer de ouders uit elkaar gaan of een aanvraag indienen voor een verhoogde toeslag omdat hun kindje mindervalide blijkt te zijn bijvoorbeeld. Ook bij wezendossiers -wanneer één of beide ouders overleden zijn- moet ik serieus slikken. Maar de ergste zijn de dossiers waarin ik de overlijdensdatum van het kindje moet invullen. Dat vind ik zo vreselijk. Dat wens ik zelfs mijn ergste vijand niet toe.
Samen met een veertigtal collega’s werk ik in een landschapsbureau. Dat was in het begin even wennen, want daarvoor werkte ik in een ruimte met amper twee personen. De grootste aanpassing? In een landschapsbureau heb je geen privacy. Telefoneren, koffie drinken, een persoonlijk telefoontje plegen, eten… het gebeurt allemaal ‘en plein public’. Wie een praatje maakt met een collega, krijgt er ongevraagd het advies van een ander bij. En roddelen is al helemaal moeilijk want iedereen hoort en ziet alles. :-)
Soms word ik midden in de nacht wakker en spookt er een dossier van het werk door mijn hoofd. Dan bedenk ik plots dat ik iets vergeten ben of vraag me af of ik wel de juiste wet heb toegepast. De volgende dag haast ik me dan naar kantoor om dat dossier na te kijken. In uitzonderlijke gevallen -als ik bijvoorbeeld verlof heb- durf ik zelfs een collega te bellen om het in mijn plaats te doen.
Eén van mijn belangrijkste taken op het werk is het goedkeuren van betalingen van kindergeld aan gezinnen. Op sommige dagen kan dat om behoorlijk grote bedragen gaan. Vooral wanneer we -na een onderzoek- een moeilijk dossier eindelijk kunnen goedkeuren. Dan ontvangt het gezin een grote som achterstallige uitkeringen in één keer. Met één druk op de knop keur ik dan betalingen van 2.000, 5.000 of zelfs 10.000 euro goed. Afhankelijk van het seizoen denk ik dan: ‘Dat is voor een mooi kerstfeest' of 'Dat wordt een fijne zomervakantie'.
Vandaag had ik een boze klant aan de lijn: een advocaat van een pas gescheiden vader. Hij was verbouwereerd over de procedure die je moet volgen voor de kinderbijslag bij een echtscheidingsvonnis. Hij werkte al 40 jaar als advocaat -zei hij- en het was de eerste keer dat hij zoiets meemaakte! Veel rechtzaken heeft hij volgens mij dan toch nog niet behandeld.
Sinds ik werk, pendel ik elke dag met de trein naar Brussel. Daarvoor nam ik ook wel eens de trein, maar die ritten beperkten zich tot leuke en ontspannende dagtrips naar zee. Vandaag is de trein nemen een pak minder ontspannend. Elke keer als het sneeuwt, vriest, hagelt, regent of te warm is… zijn er problemen: kapotte bovenleidingen, seinhuizen die blokkeren, treinen die in panne staan en ga zo maar door. En los dáárvan, heb je dan nog de ‘gewone’ vertragingen!
Vroeger was de kinderbijslagwetgeving eenvoudig. Wie een kind had, kreeg een financieel steuntje in de rug van de overheid. Tegenwoordig is er een ingewikkeld kluwen van regels en wetten. Want de wetgeving spitst zich steeds meer toe op doelgroepen: kinderen met een handicap, kinderen van langdurig werklozen en zieken, weeskinderen, geplaatste kinderen... Allemaal krijgen ze een ander bedrag volgens een andere wet.
Zoals ik al schreef, werk ik tot nu toe met tijdelijke contracten. Maar naarmate ik ouder word, besef ik dat ik meer wil. Ik heb net een huis gekocht. En met de maandelijkse afbetaling van de lening in zicht, zou ik liever wat meer zekerheid hebben. Daarom doe ik al een tijdje mee aan de overheidsexamens bij Selor, het selectiebureau van de overheid. De bedoeling? Vastbenoemd geraken als ambtenaar bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag.
Vandaag geef ik jullie een kleine intro op de wetgeving rond kinderbijslag. Vroeger was het eenvoudig: vader ging werken en moeder zorgde voor de kinderen. De kinderbijslag werd berekend op basis van de arbeidsprestaties van vader en werd vervolgens uitbetaald aan moeder.
Voor ik bij de overheid begon te werken, was mijn beeld van ‘de ambtenaren’ niet erg positief. Ik dacht dat ze lui waren en zich op het werk vooral bezighielden met koffiedrinken, breien en kaarten. Maar dat beeld is intussen flink bijgesteld. Mijn collega’s zijn harde werkers die echt begaan zijn met hun dossiers.
Hallo allemaal. Ik ben Sofie, de nieuwe joblogger voor deze maand. Ik stel me even voor. In 2002 studeerde ik af als sociologe en vervolgens stortte ik me met volle moed op de arbeidsmarkt.
Sofie (32): "Sinds 2005 werk ik bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag. Vroeger had ik geen positief beeld van 'de ambtenaren', maar daar denk ik intussen anders over: al mijn collega’s zijn harde werkers die erg begaan zijn met hun dossiers."